BLOG EXTRA | Maak buiten je thuis!

No data available!

JACHT


Door een of andere flauwe bug wordt, als ik het woord m o o i gebruik, dit in hoofdletters gezet. Omdat ik het toch wil gebruiken, schrijf ik het daarom als m-ooi.
Aan het eind van de blog kun je een reactie achterlaten; stukje naar beneden scrollen.
=======================

Wat heb jij gedaan met de Pasen?
-Een ree geslacht.
Oh. Verkeersslachtoffer?
-Nee, geschoten.
Ah, gekregen van een jager?
-Nee, zelf geschoten.
… Jij? Jaag jij?

Jacht… dat is nou zo’n onderwerp!
Een lange blog deze keer. Dus zet maar koffie en ga er voor zitten…

Een post van mij over mijn eerste zelf geschoten ree op instagram leverde meteen voor- en tegen reacties op. Ik zette de foto’s er niet op om een discussie te starten, maar omdat het voor mij past en hoort bij ons werk.

Al bijna 25 jaar geven we les over buiten-zijn. Buiten je thuis maken. Vuur, bivak, water, diersporen. En eten. Planten, paddestoelen, noten, bessen. Maar ook wild en vis. Dus jacht

Er is veel over jacht te zeggen en het gaat mij ook niet lukken in deze ene blog. Je hoeft het ook zeker niet met mij eens te zijn. Maar lees het eens door.

 

 

 

 

 

Allereerst:
Laat ik wat uitleggen over jacht. Je kunt in NL niet zomaar een buks kopen en gaan knallen op wat- en wanneer je maar wilt. Je moet een jachtopleiding volgen, examen doen (theorie, praktijk schieten en veiligheid schieten), dan een gebied zien te vinden waar je mag jagen, akte aanvragen, screening politie, wapen en kluis kopen.

Er zijn trouwens 3 soorten jacht:
– Plezierjacht (dan mag je 5 wildsoorten schieten -wilde eend, haas, konijn, houtduif en fazant-, in een bepaalde periode van het jaar). Plezierjacht is een bootje om mee te touren in de grachten… Het woord ‘plezier’ is er in de jaren weggepoetst, vaak wordt nu alleen nog ‘jacht’ gebruikt. Maar omdat het in dit geval nog veel om jagen zonder echt doel gaat (behalve plezier), blijf ik het plezierjacht noemen.
– Schadebestrijding. Dan schiet je beesten die schade veroorzaken. Bijv duiven op een graanakker, ganzen op een weiland, enz
– Beheer. Dan schiet je wild met een bepaalde reden (populatie beheer, zorgen dat er een bepaald aantal in een gebied is/blijft) of om bijv aanrijdingen te voorkomen.

Dat laatste doe ik dan nu. Beheer van ree om het aantal aanrijdingen te beperken. Dat zijn er voor je idee nu 600 per jaar in Drenthe.
600 op papier, ik denk dat het er uiteindelijk veel meer zijn, maar het mogen er van de provincie niet meer worden.
Dus opdracht aan in dit geval de terreinbeheerders: verzin een oplossing. Schieten is dan zo’n oplossing.
Je kunt ook langs alle wegen een hoog hek zetten. Maar is dat een goed- of een beter alternatief??

Bijna 20 jaar geleden heb ik de jachtopleiding gevolgd. Uit interesse (waar gaat het allemaal over?), niet met als doel om na afloop te willen of moeten jagen.
Een van de theorie dagen tijdens die opleiding gaat over groot wild. In dit geval het ree. De man naast mij aan tafel steekt zijn hand op. “Hebben vrouwtjes reeën ook horens?” vraagt hij aan de docent.
Tenenkrommend moment vond ik dat. Ongelooflijk. En deze man heeft straks een jachtdiploma plus akte en gaat op stap met een geweer. Waarom? Wat zoekt zo iemand buiten? En los van hemzelf: wat voor invloed heeft hij op een stuk natuur waar hij gaat jagen…

Als ik mijn diploma heb, wordt ik tot 2x toe gevraagd om in een jachtcombinatie (groep jagers) te stappen. Ik heb 2x nee gezegd, terwijl de mogelijkheid ideaal was. Vlakbij huis jagen (ook op ree), in een gebied wat ik op mijn duimpje ken! Dat was vooraf een voorwaarde voor mij. Teveel jagers komen nauwelijks in het gebied waar ze jagen. Ze kennen er de weg niet, ze weten niet wat er speelt en wat er leeft. En hebben daardoor, denk ik, niet of nauwelijks een band met het gebied.
Maar in mijn geval zou het ook betekenen dat ik mee zou moeten om vossen uit te graven en jongen te doden… en dat nog leuk vinden ook. Of kraaien schieten “want die zijn er teveel”. Nee dus.

Ik ben met mijn hond (jachthonden opleidingen gevolgd), wel eens mee geweest op jacht: over een veld sjouwen en hopen dat er een haas gaat lopen, of een duif of eend overvliegt. Het kon me niet echt boeien.

In Engeland heb ik mijn 1e wild geschoten. Lang geleden, in Yorkshire, met Mike. In zijn gebied. We hebben er met zowel windbuks als klein kaliber (.22 voor de liefhebbers) gejaagd op eend, houtduif, grijze eekhoorn en vooral konijn.

Dat was en is voor mij jacht: sluipen in een bos, alle zintuigen op scherp.

En als je wat ziet: hoe kom je dichterbij, zonder dat je gezien wordt? Het dier wat je wilt schieten heeft zeker een kans, ook al kun je vanaf een behoorlijke afstand (met .22) schieten. Met een windbuks komt het op je sluiptechniek aan ivm veel korter bereik.
Genoeg dieren hadden ons op tijd door. Helemaal prima.
Belangrijk was ook de reden om te jagen. Wij deden het in Engeland voor ons eigen eten, of het wild was onderdeel van de maaltijd van cursisten. Ik heb er alleen maar goeie herinneringen aan.

Als we toch in Engeland zijn. Daar zie ik vormen van jacht die ik helemaal afkeur en die ik niet begrijp.
De akkerrand op de foto hierboven ziet er m-ooi uit. Een hele brede strook waar kruiden en bloemen zijn ingezaaid. Allemaal insecten, kleuren, prachtig! Hadden we dat hier maar meer.
Maar.
Al die randen zijn bewust en alleen ingezaaid voor de fazanten. Aan de andere kant van het pad waar ik op sta loopt een greppel en daarachter een meidoornhaag. Over de greppel liggen balken, met allemaal een inloop kooi met klem. Allemaal bewust neergezet om marters te doden… omdat er fazanten lopen.

Fazanten worden in Engeland met duizenden gefokt en daarna losgelaten om er op te schieten!?! En er wordt grof voor betaald, dus het is weer het eeuwige geld wat bepalend is.
Het wordt minder, maar hele landgoederen draaien of draaiden o.a. op dit soort georganiseerde fazantenjachten.
“Daantje wereldkampioen” van Roald Dahl, prachtig boek, gaat over zo’n landgoed.
Wij komen elk jaar op zo’n landgoed in verval. Alles is er nog, maar in elkaar gezakt: de grote stallen waar eieren werden uitgebroed en kuikens werden grootgebracht, de omheinde stukken bos, met voertonnen, water, bescherming tegen roofvogels en vossen (o.a. klemmen, strikken en stroomdraad).

Op de foto een paar van de soms honderden fazanten die in dit soort buitenrennen lopen.
En als dan De Dag kwam… worden ze losgelaten. Alle jagers staan klaar met hun geweer, en drijvers jagen de fazanten het bos uit, zodat ze gaan vliegen. Knallen maar. Wie verzint dat?

Al die fazanten die dan in eenkeer massaal in een bos rondlopen is weer een heel ander verhaal. Ik heb het gezien (foto), je struikelt dan bijna letterlijk over de fazanten.
Slingerend door een dorp rijden omdat er letterlijk overal fazanten op de weg lopen.

Wat een impact heeft dat op de natuur, want ze eten geen gebakken lucht. Het heeft een gigantisch effect op zaailingen, insecten, noem maar op. Het is volledig in disbalans.

 

 

Als fazanten je inkomen zijn, betekent alles wat die fazant in de weg staat: fout. Dus werd (en wordt!) er nog steeds op alle mogelijke manieren iets gedaan aan alles wat fazant eet: marters, ratten, roofvogels, kraaien, vossen, dassen.
Allemaal fout en allemaal opruimen. Op de foto een hek rond een fazanten ren. Onder aan het hek (detailfoto) hangen strikken voor vossen.

Dat is al heel lang zo.
Ik heb een boek uit 1915: ‘Handboek voor den Jachtopzichter’ daarin wordt van elke diersoort met hoektanden of haaksnavel beschreven hoe je ze moet doden: met gif, klemmen, strikken, vergassen, schieten. Zelfs zeehond, egel en eekhoorn moeten dood!

Dat boek is dan inmiddels goed 100 jaar geleden, maar onderhuids zit die afkeer nog diep. Die -soms bijna- haat zie je tot op de dag van vandaag nog te vaak terug. Op het moment dat wij in het westen ‘jacht’ erbij doen, dus niet als noodzaak om te kunnen leven, is het scheef gaan lopen.

Een oude stelling van mij: als er morgen net zoveel vossen zijn als vandaag, maar ze eten alleen nog paardebloemen en kikkers, zul je 90% van de jagers niet meer over ‘teveel-vossen’ horen klagen. Simpel, omdat de vos nu een concurrent is. Hij eet beesten en eieren van beesten, waar jij als jager op wilt jagen. Ja, dat kan natuurlijk niet!

Maar vossen eten zeker ook eieren en jonge kuikens. Ook van weidevogels. En die hebben het al zo verschrikkelijk moeilijk in ons uitgemolken landschap: al het gras is van 1 soort, van 1 lengte, heel vaak gemaaid, mestinjectie, geen kruiden dus geen insecten, te droog. Breng dan je jongen maar eens groot…
Jagers: vossen zijn de schuld van het probleem. Oplossing: vossen schieten. Klaar.
Natuurbeschermers: ontkennen en zeggen dat vossen (bijna) geen eieren en kuikens eten. Oplossing: zo laten. Klaar.
Zwart/wit uitgelegd, maar voor mij hèt voorbeeld van de stellingen betrekken. In de loopgraaf met z’n allen en de verwijten vliegen over en weer. Ik denk dat er een tussenweg is. Water bij de wijn!

Ik zat ooit bewonderend te kijken naar de heuvels om me heen in the Highlands in Schotland (foto). Totdat iemand mij vertelde dat dat vlekkenpatroon op die hellingen komt door de jacht! Elk jaar worden er delen van de heide afgebrand. Al die kleuren maken het vlekkenpatroon. Je moet het maar weten.
Door het afbranden komt er weer nieuwe hei op, die kort is en dat geeft weer kansen voor de Schotse Sneeuwhoen (idd die van de whisky). Op veel landgoederen staat alles in het teken van de jacht op die sneeuwhoen. Zelfde verhaal weer. Sneeuwhoenders kunnen niet gefokt worden, dus ze zijn wild. Dat is dan een voordeel; ze horen in het landschap. Maar ten koste van wat? Marters en vos worden fanatiek bestreden. Roofvogels zijn allemaal fout en worden, hoewel beschermd, nog veel illegaal gedood.

Uit onderzoek is gebleken dat de hoender kuikens te lijden hebben van teken. Oplossing: grote aantallen schapen loslaten in het gebied, die als een soort tekenmagneet dat probleem moeten oplossen… waanzin!

Jacht op edelherten, zelfde verhaal. Alles staat weer in het belang van het hert. Hert = jacht = inkomsten.
En het gaat ook nog eens vooral om het hert met het grote gewei. Groot gewei = flink extra betalen, om die te mogen schieten. Een gewei aan de muur… waarom?
Jacht is voor een groot deel nog een ‘mannending’, en als je dan een concurrent-man hebt uitgeschakeld, is dat nog iets wat ergens diep in de genen zit? Ik ben geen psychiater, maar wat is de waarde van een gewei aan de muur? Waarom wel de schedel van een hert en niet die van een hinde?

Maar hoe dan ook, alles dus in het teken van de jacht. Alles voor het hert, de rest is niet interessant. Dat er daardoor veel te veel herten rondlopen, die alles wat ook maar een beetje groen is opvreten, heeft een enorme impact op het landschap. Daarom groeien er bijvoorbeeld nauwelijks bomen in the Highlands. Die krijgen simpelweg geen enkele kans. Terwijl herten bomen nodig hebben, om van te eten, als dekking, veiligheid, of simpel je bastgewei vegen… noem maar op.

En dan de jacht op trekvogels. In de landen rond de Middellandse Zee schieten ze werkelijk miljoenen zangvogels dood. Elk jaar opnieuw. Deels om te eten (maar niet uit noodzaak), maar vooral voor ‘de fun’. Wat een ellende.

Allemaal negatieve verhalen over de jacht. Opgeteld is het een begrijpelijke reden om er (faliekant) tegen te zijn. Voeg daar de steeds grotere afstand van mens en natuur bij. Dan wordt het stom, wreed, belachelijk, onnodig, enz om dieren dood te schieten.
Dat negatieve imago en de weerstand ertegen heeft de jacht aan zichzelf te danken.
Er komt nòg een reden bij dat mensen tegen jacht zijn. Ze willen het niet zien: dood.

Natuur is alleen maar fraaie plaatjes, kleuren, harmonie.

Ik noem het de Marjolein Bastin natuur, zij schildert en tekent alleen maar de romantische kant.
Ook m-ooi trouwens.

Wegzwijmelen bij twee pimpelmezen in een bloeiende kersenboom. Een hommel op een klaproos. Prachtige vlinders en vogels. Een ree in de avondschemer in een weiland. Het is allemaal rozengeur en maneschijn.

Natuur is ook: moord en doodslag. Ook in je eigen tuin, niet alleen ver weg in Afrika! Elk moment wordt ergens het ene dier gedood, waardoor een ander verder kan. Totdat die zelf weer gedood wordt. Het is een eindeloze kringloop. Eten en gegeten worden. Dood en leven. Als jager heb je daar direct mee te maken. In ons Westen kies je daar als jager voor.

Wij komen al jaren bij de bosjesmannen in Namibië. Voor hen is het helemaal geen vraag of keus: wel of niet jagen. Los van het feit dat ze (ander) eten hebben, zij jagen. Punt.

De rol van de mens wordt m-ooi weergegeven in deze illustratie. Ego en Eco.

EGO: we staan ver boven de natuur en zijn er zeker geen onderdeel van. Natuur is ondergeschikt. Natuur is er voor ons, om te gebruiken. Wij bepalen wat er moet gebeuren en hoe. Moderne (niet biologische) landbouw valt hier voor mij bijv. onder.
ECO: we zijn onderdeel van die natuur. Natuur en wij zijn er, samen. Alles is verbonden met elkaar.

Ik wil er zelf nog deze, zelfverzonnen, 3e aan toevoegen.
EXO: wel een eco mens, maar tegelijk een buitenstaander. We vinden veel van die natuur m-ooi en belangrijk, maar we zijn daarin selectief. We kijken er van een afstand naar. Bewonderen wat we m-ooi en goed vinden, maar willen niet zien wat het ook inhoudt. Moord en doodslag. Vlees eten. Jagen. Ik zie dit regelmatig terug bij mensen die ‘van de natuur houden’ maar niet willen zien dat doden een deel is van diezelfde natuur. Vaak ook zelfs wel (en biologisch) vlees eten. Een biologisch varken heeft zondermeer een beter leven gehad, maar hij wordt wel gedood, vanwege zijn vlees. Het komt met een grote omweg abstract en verpakt in een winkel te liggen.

“Oke, allemaal duidelijk. Maar waarom jaag jij dan René?”
Omdat ik jacht m-ooi vindt. Altijd al gehad. Als klein jongetje rondschuiven met een netje in zee. Als ik een forel in een heldere beek zie staan, denk ik: hoe zou ik die kunnen vangen. Een edelhert in een bos zien is m-ooi, maar ik wil er dan het liefst ook nog ongezien dichtbij komen. Sluipen is ook jagen.
Voor de duidelijkheid: ik wil niet alles doden wat ik zie. Verre van. Maar ‘het jagen’ zit wel in mijn vezels. Het is alles samen: het kijken, bedenken, plannen, maken, sluipen, controleren, aanpassen, de wind, geur, oefenen… alles. Het doden zelf is maar een heel klein onderdeel van het hele verhaal. Maar het is wel een stap die erbij hoort. Als je (zoals in Schotland, foto) een nachtlijn hebt gemaakt, aas hebt gezocht, de lijn op de beste plek hebt uitgezet, gecontroleerd, aangepast… en dan zit er op een gegeven moment een vis aan, dan is de volgende stap uit de hele serie ook het doden van die vis.
En volgende stappen zijn hoe je met het dode dier om gaat, wat je met het slachtafval doet, wat je allemaal opeet.

“Ben je dan blij, als je zo’n beest aan de haak ziet spartelen?”
Ja en nee. Blij omdat alles klopt. Blij dat ik iets heb gevangen. En nee, omdat ik een dier ga doden. Maar als je neemt wat je nodig hebt en het dier snel doodt, is het goed. Vind ik.
En ja, vissen zijn wat abstracter. Ze hebben geen gezichtsuitdrukking, maken geen geluid. Een konijn in een strik is confronterend. Maar ook dan ben ik ‘blij’ en wil ik dat het dier zo snel mogelijk dood is.

“Een roofdier pakt toch alleen maar de ziek, zwak en misselijke dieren? En jij dan?”
Niet altijd. Ik denk dat het ook heel vaak een geval is van ‘wrong time – wrong place’. Een fit dier, wat even niet oplet wordt net zo goed gepakt. Een sperwer die als een dolle door een tuin vliegt gaat niet de zwakste koolmees van de voertafel pakken. Daar is helemaal geen tijd voor. Het is net die ene die niet op tijd- of de verkeerde kant op vliegt.
Dat ‘kiezen’ is ook wat wij mensen er weer graag opplakken: in de natuur is alles oke. Alsof een groep wolven zo hun kudde aan het managen zijn. Ik denk het niet! Ze bekijken een groep herten, jagen ze op en zien dan bij wie ze de meeste kans maken. Dus zijn de jonge onervaren dieren, degene met een handicap en de ouderen meestal de pineut. Daar is onderzoek naar gedaan. Maar een volgende keer is het een fit hert die net op het verkeerde moment, de verkeerde kant op loopt. Predatoren beheren niet, maar het is eerder logisch gevolg, gemak (energie) en alle kansen benutten.
Voor ons beheer geldt dat we een x aantal reeën moeten schieten. Dan letten we bijna niet op oud of kreupel, maar is het vooral: wrong time – wrong place.

“En nu die jacht op ree?”
De kans deed zich voor. Ik hoef niet te jagen op haas, daar was ik al wel uit. Vraag me werkelijk af of dat zin heeft. Laat ze maar lopen. Maar voor mij kwam er nu in eenkeer de kans om te jagen op ree! Meteen aangegrepen. Ook nog eens dichtbij huis. Ik ken het gebied heel goed.
Ik ga (met 5 anderen) uit verkeersveiligheid reeën schieten. Maar als die afspraak er niet was, moet je nog steeds een populatie beheren denk ik en dan was ik ook ingestapt. In NL is de natuur nu eenmaal uit balans op veel plekken. Reeën krijgen elk jaar opnieuw jongen, die op een gegeven moment een eigen gebied nodig hebben.

Die ruimte is er lang niet altijd. Teveel van dezelfde soort in een gebied, met weinig afvallers (ziekte, verkeer) heeft een impact. Op de soort zelf: meer stress onderling, minder eten, dekking. En effect op de omgeving: overbegrazing verteld je dat er teveel dieren van een soort in een gebied lopen. Denk aan de damherten in de waterleidingduinen. Alles is er kaalgevreten. Dat kale landschap heeft weer effect op andere dieren.

Oke. Verkeers veiligheid. Dat geeft heel wat beperkingen. Niet overal in het gebied schieten we, maar alleen nog op plekken waar de meeste aanrijdingen zijn. In die zogenaamde ‘rode zones’ moet je dan de plekken zoeken waar je überhaupt kunt gaan zitten, waar het veilig is (achtergrond: huizen, fietspaden, ruiterpaden, wandelaars, vee, enz). Dat maakt het lastig.

Op die plekken waar het kan, ga ik op zoek naar sporen: poep, wissels, vraatsporen, veegplekken. Lopen hier reeën, en waar? Wildcamera’s ophangen. Komen ze hier vooral ’s morgens of ’s avonds? Bokken, geiten? Wat doen ze, lopen ze door? Komen ze om te vreten?
En dan bepalen waar je de hoogzit gaat neerzetten. Waar komt de meeste wind vandaan? Hoe staat de zon? Berspaadje maken (sluip paadje, zodat je zonder herrie bij de hoogzit kunt komen).

 

 

 

En dan zitten. Uren op de hoogzit. Fantastisch. De zon zien opkomen. De eerste vogels die beginnen; winterkoning, grote lijster, roodborst. Een haas die voorbij huppelt. Een matkopmees die uit het niets in eenkeer op 50 centimeter voor je neus zit.

De zon zien ondergaan. Een merel die stiekem zijn favoriete slaapboom induikt. Een houtsnip die aan zijn vliegrondjes in de schemer begint.

“Maar je kunt toch ook op een hoogzit gaan zitten en alleen maar kijken?”
Klopt. Heb ik ook al gedaan. Zonder buks. Net zo m-ooi. En je ziet evenveel. Maar nu komt erbij dat je wilt jagen. Tenminste ik wel. Ik moet geen ree schieten omdat ik er al x uur in heb gestopt, maar zit er wel omdat ik er een hoop te kunnen schieten. Misschien is dat nog wel het meest lastig uit te leggen.
Dat je er zit en plotseling staat er een ree in het terrein voor je. Hartslag gaat omhoog kan ik je vertellen. Kijken. Is het een bok of geit? Beide mag je alleen in bepaalde periodes schieten. Kan ik schieten? Afstand? Staat hij goed, zodat ik hem/haar goed kan raken?

“Ik zou het niet kunnen. Staat er een ree, die je dan doodschiet…”
Ik wel. Het is confronterend, zeker. Bijzonder. En m-ooi, in de goeie zin van het woord. Het klinkt groot en vaag, maar voor mij is het een deel van ons bestaan.
Tienduizenden jaren jagen we al. Het staat steeds verder van ons af, maar wat zou het goed zijn als ‘wij’ weer meer beseffen waar het buiten om gaat. Met alles erop en eraan.

“En dan?”
Een geschoten ree proberen wij helemaal te gebruiken, uit respect voor dat dier.
– Ingewanden zijn voor vanalles te gebruiken. Maar ze hebben ook hun grote waarde om het achter te laten in het bos. Een hele rij dieren leven er van. Niet alleen vos, buizerd en raaf, maar ook ontelbaar veel insecten. Zo’n schotplek is een mini habitat geworden en een jaar later nog terug te vinden, doordat er andere planten groeien.
– Huid looien we.
– Haren worden door heel veel vogels gebruikt voor hun nest.
– Van botten kun je prachtige gebruiks voorwerpen maken.

– Van de gebroken botten maken we ‘bone broth’. Is daar een NL woord voor?
– Pezen kun je prima als bindmateriaal gebruiken. Zo sterk als nylon.
– Huidresten kun je inkoken tot lijm.
– Schedel en poten gebruik ik voor mijn dierspoor lessen. En anders gaat het terug naar het bos. In ons huis geen trofee geweien serie aan de muur.
– En vlees natuurlijk. Eten.

“Waarom schrijf je deze blog?”
Jacht ligt heel gevoelig. Ik heb nu al veel – en heel – verbaasde reacties gehad van bekenden die horen dat ik jaag. Jij? Maar je bent zo’n natuur man?? Ik probeer uit te leggen wat ik doe en waarom.
Geen zendingswerk. Geen schenenschopperij. Geen verstoppertje.
Jacht zelf vind ik m-ooi, ben ik eerlijk in. Schieten is heel gaaf. Maar buiten de schietbaan is het een ander verhaal; raak moet ook raak zijn. De hele voorbereiding, het sporen lezen (mijn grootste passie buiten), sporen volgen en zo lezen waar ze veel verblijven en waarom.
Het (be)denken, plannen, maken, enz. Het zo goed mogelijk gebruiken van het dier. Dat allemaal samen is voor mij jacht.
Wie weet is het ook een manier om te laten zien dat niet alle jagers hetzelfde denken over buiten.
Goeie jacht hoort erbij.



Reacties op dit artikel:
  1. Anton van den Heuvel schreef:

    Gaaf om wat meer over de jacht te lezen en te weten op hoeveel verschillende manieren er gejaagd word (niet zo mooi dus….). Prachtig om te lezen hoe je er ecologisch-bewust mee omgaat. Het is een erg gepolariseerd onderwerp met voor en tegenstanders……en ik vind dat er een mooie balans zit in je manier van kijken. Alle kleuren hebben plek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Klik hier om een eigen avatar toe te voegen.